Van avontuurlijke spring-in-'t-veld via 'n hersenbloeding naar voortijdig gepensioneerde freubelende vrouw met kort lontje.
Mandalay. Zo’n naam met een haast mythische klank. Hippieachtig, een plek met hoge verwachtingen.
Op een paar mooie tempels na was het vooral groot, stoffig en warm. Met veel vreselijk lelijke troosteloze gebouwen. Een uur of 2 per dag maar stroom, wat je bewegingsvrijdheid nogal beperkt. Door de onregelmatige stroomtoevoer knallen ook nog eens regelmatig overal de stoppen. (en zo blaas je je ipod op)
Ik zit in een internetcafe wat is verborgen boven een winkeltje wat cassettebandjes (!) verkoopt. Daar heb ik kennis gemaakt met een jonge monnik. Later heb ik hem ook bezocht in zijn klooster en dat was erg gaaf. Hij heette U Kha en het was een hele ervaring om te gast te zijn daar. Wel jammer dat ik ziek ben geworden van hun eten, maar ach…. Dat hoort er misschien wel bij. Gelukkig snapten ze wel dat ik de volgende dag niets heb aangeraakt van wat ze me voorschotelden….
Een paar dagen op een rij heb ik met de jonge novices (jongetjes van 7 tot 10 jaar) engels geoefend met het Point-It boekje wat ik twee jaar geleden van Anita heb gekregen. Met plaatjes van eten en dieren en vervoersmiddelen en zo. Heel handig en ook heel leuk. Na de engelse les praatte ik met Kha over leven in Nederland, leven in Birma, over geloof, filosofie. Een prachtige ervaring!
Ook bracht ik een bezoek aan de Moustache Brothers. Een show die al tien jaar wordt opgevoerd. Niet echt een show, want dat is verboden….
Deze helft van deze familie heeft in de gevangenis gezeten of dwangarbeid verricht vanwege hun grappen over de junta. Vanwege de publiciteit in Lonely Planet en sommige Hollywood films (About a Boy met Hugh Grant) komen er nu zoveel toeristen op af dat dat de familie enigszins beschermt. (they are too hot to handle).
Het is hen wel verboden om optredens te geven, dus ze doen een soort van voorstelling in hun huiskamer. Het merendeel van de show bestaat uit (ietwat oubollige) traditionele dansen en grappen, met daardoor heen geweven wat commentaar op de generaals en de staat van individuele vrijheid, en de welvaart van de mensen.
Ik heb wat mensen gesproken die de voorstelling tegen vonden vallen (ze vonden dat er te weinig satire was over het regime), maar ik kon alleen maar respect opbrengen voor de moed en vasthoudendheid van deze familie die blijven vertellen wat er gebeurt in hun land terwijl er avond aan avond iemand van de “KGB” aanwezig is (met een bandrecorder op schoot) die bijhoudt of ze niet te ver over de schreef gaan.
Het is burmezen overigens niet toegestaan om te komen kijken, en er mag ook geen birmees gesproken worden.
Leven in de houdgreep…
‘s Avonds trotseerde ik samen met wat ander reizend volk de donkerte om op zoek te gaan naar het beste indiaas eten in Birma. Een soort fastfood. Buiten op een straathoek, waar alles vers wordt bereid en de halve stad komt eten. Heerlijk!
*Mingalabar betekent hallo