Na heel veel gezenuw, openbaar vervoer en té lang wachten in een ruimte waar een tv heel hard Lingo stond te blèren (belachelijk, maar goed.. ) kwam de UWV-arts ons ophalen.
Ik vroeg of het licht uit kon. Nee. Dat kon niet want dat gaat automatisch. Geen schakelaar te vinden op die kamer. Vooruit dan maar, maar dan hou ik wel mijn zonnebril op.
Ik begon met huilen en stotteren vertellen dat ik niet wist wat ik daar kwam doen. Of hoeveel tijd we hadden. En zij vertelde dat ze dat uit ging leggen. Wat ze vervolgens niet echt deed. (In ieder geval is me dat niet bijgebleven, ik moet het nog eens navragen aan Lief).
Ik denk terug aan alle hulpverleningsgesprekken die ik zelf heb gevoerd, en hoe slecht ik zelf was in het duidelijk uitleggen van de structuur. En hoe ik dat nu zo vreselijk anders zou doen.
Ik heb haar gevraagd of ze langzamer wilde praten. (geleerd van mijn revalidatiepsycholoog) En haar dat nóg eens gevraagd. En daarna vroeg Lief het haar. Op een manier die kennelijk indruk maakte. (mijn L-L-L-Leeuwtje!)
Daarna praatte ze langzamer. En een stuk harder, wat dan wel weer erg jammer was. Kennelijk is langzamer een teken dat je ook doof bent..
Ze stelde veel vragen. En ik gaf antwoord. Of Lief gaf antwoord. Of samen.
Het was geen vervelend gesprek. Maar wel een lang gesprek. En een ingewikkeld gesprek. Over wetten, protocollen en met leuke wiskundige herstelcurves. (muahaha) Gelukkig heb ik een trucje wat helpt bij ingewikkeld. Ik knik ja en doe af en toe ‘hmmm’ en op een gegeven moment stopt ‘t vanzelf. Meestal werkt dat prima.
De dokter schreef een heel verhaal op. Over doktersbezoeken, operaties, onderzoeken, therapieën. Wat ik doe, wat ik niet doe. En hoe het gaat. Ze zocht verbinding en was empatisch.
Ik geloof niet dat ze het snápte, maar ze gelóófde me. Ik hoefde geen moeite te doen om haar te overtuigen dat ik ‘t best wel zwaar heb (maar ondanks mijn huidige besnotte snoetje meestal ook wel happy ben). En daar was ik dan weer verbaasd over.
Kennelijk is het wel duidelijk dat ik nog steeds ziek ben. (bén ik eigenlijk wel ziek? Nou ja, ingewikkeld) En kennelijk ben ikzelf de de enige die daar nog steeds niet écht van overtuigd is.
Kennelijk verwacht niemand van mijn geliefden om me heen dat de vrachtwagen aan plannen waar ik ‘s ochtends mee wakker word ook gerealiseerd word. En mag ik tegen de tijd dat ik gedoucht ben en de hond heb uitgelaten zeggen dat het een goeie dag was voor me.
Heb ik ook nog meegedaan aan Nederland In Beweging, een stukje kunnen schrijven en ook nog een boodschap kunnen doen? Dan was het een superdag! En verschans je dan maar voor de drie dagen MEUH die zullen volgen…
Hoe het ook zij. Voorlopig hoef ik niet terug. Volgens de wiskundige formule is er weinig tot geen groot herstel meer te verwachten. Door naar de volgende ronde dus..
Toen ik vroeg of ik een brief o.i.d kreeg van het gesprek zei ze:’Ik heb het u toch net verteld?’ Nee van NAH had ze geen kaas gegeten. Ondertussen heeft Lief al tot vervelens toe herhaald wat nou de conclusie van ‘t gesprek was. Ik geloof dat hij het ook wel op papier had willen hebben…
Wat NAH is? Niet Aangeboren Hersenletsel. Of, wat ik José zag tweeten: Niet Altijd Handig..
#opgelucht
#teleurgesteld
#metmijnneusopdefeitengedrukt
*met een Côte d’Or reep in bed ligt*